Vereniging voor Vrouwengeschiedenis
  Home
  Over de VVG
  Lid Worden
  Adressen
  Actueel
  Historica
  Joh. Naberprijs
  Per week
  Dossiers
  In Beeld
  Onderwijs
  Reageer
  Websites
  Boek & film
  Deze site
  Zoeken

Dossiers over vrouwengeschiedenis

Het feminisme verkwanseld
Vrouwenbeweging versus feminisme

Marijke Huisman

In 1911 scheidden de Utrechtse juristen Clara Wichmann, Willem Werker en Corrie Werker-Beaujon zich als 'ethisch feministen' af van de Nederlandsche Bond voor Vrouwenkiesrecht. De drie verweten de NBvVK het 'ethisch beginsel' en zelfs het feminisme te verkwanselen uit opportunisme, om zoveel mogelijk leden te trekken. Na hun afscheiding begonnen de juristen hun eigen activiteiten, waaronder de voorbereidingen voor het Encyclopaedisch Handboek. In dat Handboek schetsen zij een beeld van feminisme dat haaks staat op het beeld dat wij tegenwoordig hebben. Niet de cultuur was voor hen belangrijk, maar juist de natuur.

De vrouw, de vrouwenbeweging en het vrouwenvraagstuk. Encyclopaedisch Handboek is een van de belangrijkste bronnen voor de geschiedschrijving van de eerste feministische golf in Nederland. Het boek verscheen oorspronkelijk in afleveringen die in 1913 en 1918 werden gebundeld. Dat deze bron niet onomstreden is, komt vooral doordat de drie redactieleden zich duidelijk profileerden als 'ethisch feministen' en zich daarmee afzetten tegen de door hen 'rationalistisch' genoemde feministen.

De ethici hadden een wereldbeeld waarin veranderingen slechts geleidelijk konden plaatsvinden, voortkomend uit wat er al was.
,,

In de historiografie is het ethisch feminisme vooral gezien als een 'gematigd' of conservatief soort feminisme dat de sekseverschillen benadrukte, in tegenstelling tot de 'rationalisten' die zouden uitgaan van seksegelijkheid. Na een uitgebreide analyse van het Handboek kwam ook ik tot de conclusie dat de ideeënwereld van de Werkers en Wichmann sterk werd bepaald door het natuurlijk verschil tussen mannen en vrouwen, wat zij de 'werkelijkheid' noemden. Dat wil echter niet zeggen dat zij een a-historische visie op het biologisch verschil hadden, zoals veel vrouwenhistorici hen later hebben verweten. Mijn stelling is dat de 'ethisch feministen' in het Encyclopaedisch Handboek uitgingen van een evolutionair perspectief op de natuur. Dit betekent onder andere dat zij een historische kijk op de natuur - en dus op het 'natuurlijk sekseverschil' hadden. Dat betekent ook dat de ethici een wereldbeeld hadden waarin veranderingen slechts geleidelijk konden plaatsvinden, voortkomend uit wat er al was. Dat is mijns inziens dan ook het essentiële geschilpunt tussen de ethici en de rationalisten. De belangrijkste kritiek van de ethici was namelijk dat de rationalisten vanuit een idee of ideaal een breuk wilden forceren met al het voorgaande. Daardoor ontkenden de rationalisten in hun ogen de werkelijkheid - ofwel de natuur. Dit leidde er zelfs toe dat de ethici de term 'feminisme' voor zichzelf claimden, en in het Encyclopaedisch Handboek voortdurend een tegenstelling creëerden tussen 'feminisme' en de, in hun ogen verouderde, 'vrouwenbeweging'.

De vrouwenbeweging voorbij
Clara Wichmann en het echtpaar Werker stellen in het Encyclopaedisch Handboek dat de 'vrouwenbeweging' onder invloed van de idealen uit de Franse Revolutie ontstond. Toen 'vrijheid' en 'gelijkheid' hoogtij vierden, eisten ook vrouwen deze rechten op. De kritiek van de drie redactieleden is echter dat de vrouwenbeweging deze 'abstracte idealen' ongeacht plaats en tijd zou toepassen. De ethici zeggen daarentegen uit te gaan van de (historische) 'werkelijkheid', en een deel van die werkelijkheid was het verschil tussen mannen en vrouwen.
Het verschil tussen 'ideaal' en 'werkelijkheid' was volgens Corrie Werker-Beaujon fundamenteel voor de richtingenstrijd binnen de Nederlandse vrouwenbeweging. Zij verwoordt deze strijd als een tegenstelling tussen het 'oude' en het 'nieuwe': in de plaats van het 'oude', ofwel het 'idealistisch-actieve rationalistische feminisme' stellen de Werkers en Wichmann 'het nieuwe inzicht' dat idealen moeten zijn verankerd in de - historisch veranderlijke - maatschappelijke en geestelijke ontwikkeling van een samenleving.
Het vrouwenvraagstuk moest volgens de ethisch feministen daarom worden geïnterpreteerd als het zoeken naar een nieuwe vorm voor het natuurlijk sekseverschil. Die nieuwe vorm zou worden bereikt door de vrije ontplooiing van vrouwen, of zoals Willem Werker het schreef 'de algehele vermeerdering van vrouwelijk invloed op de cultuur'. Dat was voor de ethici dan ook het belangrijkste doel van feminisme. Zijn echtgenote definieerde feminisme als een streven naar 'verzoening, gezamenlijkheid, solidariteit. Niet een strijd tegen het manlijk element in de samenleving dus, doch een poneeren van het zelfstandigheidsrecht van het vrouwelijk element náást het manlijke is het, wat doel en middel in de ontwikkeling van het vrouwenvraagstuk en dus ook in de "vrouwenbeweging" moet zijn'.
Het tussen aanhalingstekens stellen van de term vrouwenbeweging in dit citaat duidt mijns inziens op het figuurlijk terzijde stellen van de vrouwenbeweging. Die was passé, de tijd was nu rijp voor 'feminisme' - let wel, het 'ethisch feminisme'. Dit feminisme wordt door Willem Werker dan ook gezien als een vervolg op de 'conventionele vrouwenbeweging'. Hij verwijt de vrouwenbeweging de middelen tot het doel van 'feminisme' te verheffen. Het vrouwenkiesrecht bijvoorbeeld is in zijn ogen geen doel op zich: wanneer de zelfstandigheid van vrouwen en hun invloed op politiek, sociaal en moreel gebied gerealiseerd zullen zijn, zal het kiesrecht volgens hem noodzakelijkerwijs volgen.
Dat Werker spreekt van het ethisch feminisme als een vervolg op de vrouwenbeweging is niet toevallig. Het denken van de Werkers en Wichmann in het Encyclopaedisch Handboek wordt namelijk gekenmerkt door een sterk historisch besef. De redactieleden schrijven voortdurend over historische fasen die elkaar geleidelijk opvolgen. Het interessante is dat ook de natuur een belangrijke rol in hun historische wereldbeeld inneemt, en dat zij de natuur als historisch beschouwen.

Het vervolg
Na de historische periode waarin met name 'mannelijke' eigenschappen als kracht en intellect de evolutie hadden bepaald, was het nu de beurt aan de moraal volgens de redactieleden van het Encyclopaedisch Handboek. De materiële strijd om het bestaan is in hun werk daarom vervangen door een ethiek van zorg voor zwakkeren. HJt symbool voor deze 'zorgethiek' was het moederschap. Het beeld van moederschap en -liefde stond voor de ethisch feministen symbool voor een ethiek die was gefundeerd in de natuur, maar die zou kunnen uitgroeien tot een algemeen, maatschappelijk moederschap. Tegelijkertijd diende het moederschap als een spiritueel of geestelijk ideaal, waarnaar de evolutie verder zou moeten worden ingericht. En dat ideaal gold voor zowel mannen als vrouwen.
Met het beeld van moederliefde construeerden de ethisch feministen een continuVteit tussen het sekseverschil (natuur), het culturele verleden (geschiedenis) en hun streven: een toekomstige synthese van natuur en cultuur. De ethici combineerden in hun feminisme dus het natuurlijke sekseverschil met een historische kijk op de veranderlijkheid van de betekenissen die aan dat verschil (kunnen) worden toegekend. De vrouwelijke waarden, waarop de toekomstige maatschappij volgens de ethisch feministen zou zijn gebaseerd, hadden zich eeuwenlang in de privésfeer kunnen ontwikkelen maar moesten nu ook op de openbare sfeer worden toegepast. Wanneer de samenleving als gevolg van de vrouwelijke invloed niet langer door strijd, maar door samenwerking en liefde zou worden gekenmerkt, zou er een geheel nieuwe maatschappij ontstaan. En dat was uiteindelijk het doel van de ethisch feministen: 'eene evolutie der soort'.
Hoewel de ethisch feministen deze zorgethiek voornamelijk verbinden met vrouwen, kan hun denken niet als biologisch-deterministisch aangemerkt worden. Dit komt door hun evolutieperspectief op de natuur: de natuur, en dus ook het natuurlijk sekseverschil, wordt historisch, dus veranderlijk, opgevat. De zich wijzigende omstandigheden zouden in de toekomst een andere vorm van het sekseverschil vereisen.

Een hogere fase
Met deze argumentatie plaatsten de ethici zich in het in hun tijd levendige evolutiedebat. Veel hervormingsgezinden, ook feministen, voelden zich aan het eind van de vorige eeuw aangetrokken tot het evolutiedenken omdat het hen een theorie bood om in de schijnbaar natuurlijke orde van de industriële samenleving in te grijpen.
Toch wordt het evolutiedenken maar zelden verbonden met feminisme. In vrouwenhistorisch onderzoek wordt het vaak als iets negatiefs gezien. Evolutiedenken wordt geVnterpreteerd als 'sociaal-darwinisme', een term die associaties oproept met anti-feminisme en biologisch determinisme. Het evolutiedenken kan in ruime zin echter beter omschreven worden als een amalgaam aan opvattingen over de verhouding tussen natuur en cultuur. Een van de stromingen binnen dit denken is het zogenaamde 'reform-darwinisme', dat een grote aantrekkingskracht had op allerhande hervormers, variërend van liberalen en socialisten tot feministen.
Het reform-darwinisme neemt, in tegenstelling tot het sociaal-darwinisme het verschil tussen mensen en dieren tot uitgangspunt. De ongerichte agressie die in de planten- en dierenwereld woedt, is volgens deze stroming niet van toepassing op de mensenwereld, omdat de mens de loop van de evolutie met zachte hand kan beVnvloeden door kennis van de natuur te combineren met het menselijke rechtvaardigheidsgevoel. In deze opvatting van het evolutiedenken wordt de hoogste ontwikkelingsfase gekenmerkt door liefde en respect voor alle mensen - dus ook voor 'zwakkeren', zorg en het samenwerken aan een betere samenleving.
Deze interpretatie van het evolutiedenken bood hervormingsgezinde groepen een theorie om het menselijk ingrijpen in de evolutie te legitimeren. Vanuit het idee dat de omgeving de aard van de soort bepaalt, werd beargumenteerd dat het soms nodig is de sociale verhoudingen te wijzigen opdat de mensheid als geheel een hogere evolutiefase zal bereiken. Sociale misstanden en de achtergestelde positie van vrouwen konden in deze wereldvisie worden opgevat als bijverschijnselen van een natuurlijke evolutie die ongericht was. Een hoogstaande, juiste inrichting van de maatschappij - en dus een hogere fase in de menselijke evolutie - zou kunnen worden bewerkstelligd door met menselijk intellect en ethisch gevoel veranderingen in de maatschappelijke verhoudingen aan te brengen.
Voor Nederland is Selma Sevenhuijsen een van de weinigen geweest die de relatie tussen evolutiedenken en feminisme heeft onderzocht. In haar proefschrift De orde van het vaderschap (1987) stelt zij dat feministen in de jaren negentig van de vorige eeuw het evolutieperspectief gebruikten om een discussie te starten over de historische veranderlijkheid van schijnbaar 'natuurlijke' instellingen als het huwelijk, het gezin en vader- en moederschap. De feministen die Sevenhuijsen bespreekt leggen in hun evolutie-argumentatie de nadruk op veranderingen in de sociaal-economische en juridische positie van vrouwen. Na de eeuwwisseling verschoof het accent steeds meer naar veranderingen in de moraal. Als mensen hun eigen gedrag en ethiek zouden wijzigen, zou de samenleving 'vanzelf' op een hoger, beter plan komen. Ook uit mijn onderzoek naar de relatie tussen het evolutiedenken en het ethisch feminisme van het Encyclopaedisch Handboek blijkt dat de ethisch feministen in de jaren tien de gang der evolutie veel meer uitleggen als een geestelijke, of morele ontwikkeling. Essentieel hierbij is dat de ethici bleven uitgaan van de natuur/werkelijkheid. En dat was hun belangrijkste twistpunt met de door hen zo verguisde vrouwenbeweging.

Een woord
Het is moeilijk te achterhalen wat de term 'feminisme' circa honderd jaar geleden betekende, en wanneer het woord precies is ingevoerd in Nederland, maar het gebruik van de term door de ethici duidt mogelijk op een veel prominenter rol van de natuur in de definitie van 'feminisme' dan wij tegenwoordig vaak denken.
Het is wonderlijk hoezeer een term van inhoud kan veranderen. Tegenwoordig waarderen wij de term 'feminisme' juist vanwege de mogelijkheid die daarmee werd geschapen om uit de biologische categorieën te ontsnappen. Niet alle vrouwen zijn feminist en mannen kunnen ook feminist zijn, aldus Maria Grever in haar proefschrift. Met het idee dat ook mannen feminist kunnen zijn, zouden de 'ethisch feministen' - waaronder Willem Werker - het wel eens zijn. Het idee dat 'feminisme' zou 'ontsnappen' aan de biologische categorieën past echter helemaal niet in het denken van de ethici. Zij gebruikten de term 'feminisme' juist om het sekseverschil weer terug te brengen in het denken over het vrouwenvraagstuk. Het kan verkeren.

Dit artikel is eerder verschenen in Historica, jaargang Historica 21(1998)3, pp. 24-26. Het is een bewerking van mijn doctoraalscriptie De vrouw, de vrouwenbeweging en het vrouwenvraagstuk. Feminisme en evolutiedenken in Nederland (1913-1918) (Universiteit Utrecht, 1996) die is in te zien bij het IIAV.

Logo van de VVG
witruimte
Terug naar boven