|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Dossiers over vrouwengeschiedenisHet feminisme verkwanseld
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |
|
,, |
In de historiografie is het ethisch feminisme vooral gezien als een 'gematigd' of conservatief soort feminisme dat de sekseverschillen benadrukte, in tegenstelling tot de 'rationalisten' die zouden uitgaan van seksegelijkheid. Na een uitgebreide analyse van het Handboek kwam ook ik tot de conclusie dat de ideeënwereld van de Werkers en Wichmann sterk werd bepaald door het natuurlijk verschil tussen mannen en vrouwen, wat zij de 'werkelijkheid' noemden. Dat wil echter niet zeggen dat zij een a-historische visie op het biologisch verschil hadden, zoals veel vrouwenhistorici hen later hebben verweten. Mijn stelling is dat de 'ethisch feministen' in het Encyclopaedisch Handboek uitgingen van een evolutionair perspectief op de natuur. Dit betekent onder andere dat zij een historische kijk op de natuur - en dus op het 'natuurlijk sekseverschil' hadden. Dat betekent ook dat de ethici een wereldbeeld hadden waarin veranderingen slechts geleidelijk konden plaatsvinden, voortkomend uit wat er al was. Dat is mijns inziens dan ook het essentiële geschilpunt tussen de ethici en de rationalisten. De belangrijkste kritiek van de ethici was namelijk dat de rationalisten vanuit een idee of ideaal een breuk wilden forceren met al het voorgaande. Daardoor ontkenden de rationalisten in hun ogen de werkelijkheid - ofwel de natuur. Dit leidde er zelfs toe dat de ethici de term 'feminisme' voor zichzelf claimden, en in het Encyclopaedisch Handboek voortdurend een tegenstelling creëerden tussen 'feminisme' en de, in hun ogen verouderde, 'vrouwenbeweging'.
De vrouwenbeweging voorbij
Clara Wichmann en het echtpaar Werker stellen in het Encyclopaedisch
Handboek dat de 'vrouwenbeweging' onder invloed van de idealen uit
de Franse Revolutie ontstond. Toen 'vrijheid' en 'gelijkheid' hoogtij
vierden, eisten ook vrouwen deze rechten op. De kritiek van de drie redactieleden
is echter dat de vrouwenbeweging deze 'abstracte idealen' ongeacht plaats
en tijd zou toepassen. De ethici zeggen daarentegen uit te gaan van de
(historische) 'werkelijkheid', en een deel van die werkelijkheid was het
verschil tussen mannen en vrouwen.
Het verschil tussen 'ideaal' en 'werkelijkheid' was volgens Corrie Werker-Beaujon
fundamenteel voor de richtingenstrijd binnen de Nederlandse vrouwenbeweging.
Zij verwoordt deze strijd als een tegenstelling tussen het 'oude' en het
'nieuwe': in de plaats van het 'oude', ofwel het 'idealistisch-actieve
rationalistische feminisme' stellen de Werkers en Wichmann 'het nieuwe
inzicht' dat idealen moeten zijn verankerd in de - historisch veranderlijke
- maatschappelijke en geestelijke ontwikkeling van een samenleving.
Het vrouwenvraagstuk moest volgens de ethisch feministen daarom worden
geïnterpreteerd als het zoeken naar een nieuwe vorm voor het natuurlijk
sekseverschil. Die nieuwe vorm zou worden bereikt door de vrije ontplooiing
van vrouwen, of zoals Willem Werker het schreef 'de algehele vermeerdering
van vrouwelijk invloed op de cultuur'. Dat was voor de ethici dan ook
het belangrijkste doel van feminisme. Zijn echtgenote definieerde feminisme
als een streven naar 'verzoening, gezamenlijkheid, solidariteit. Niet
een strijd tegen het manlijk element in de samenleving dus, doch een poneeren
van het zelfstandigheidsrecht van het vrouwelijk element náást
het manlijke is het, wat doel en middel in de ontwikkeling van het vrouwenvraagstuk
en dus ook in de "vrouwenbeweging" moet zijn'.
Het tussen aanhalingstekens stellen van de term vrouwenbeweging in dit
citaat duidt mijns inziens op het figuurlijk terzijde stellen van de vrouwenbeweging.
Die was passé, de tijd was nu rijp voor 'feminisme' - let wel,
het 'ethisch feminisme'. Dit feminisme wordt door Willem Werker dan ook
gezien als een vervolg op de 'conventionele vrouwenbeweging'. Hij verwijt
de vrouwenbeweging de middelen tot het doel van 'feminisme' te verheffen.
Het vrouwenkiesrecht bijvoorbeeld is in zijn ogen geen doel op zich: wanneer
de zelfstandigheid van vrouwen en hun invloed op politiek, sociaal en
moreel gebied gerealiseerd zullen zijn, zal het kiesrecht volgens hem
noodzakelijkerwijs volgen.
Dat Werker spreekt van het ethisch feminisme als een vervolg op de vrouwenbeweging
is niet toevallig. Het denken van de Werkers en Wichmann in het Encyclopaedisch
Handboek wordt namelijk gekenmerkt door een sterk historisch besef.
De redactieleden schrijven voortdurend over historische fasen die elkaar
geleidelijk opvolgen. Het interessante is dat ook de natuur een belangrijke
rol in hun historische wereldbeeld inneemt, en dat zij de natuur als historisch
beschouwen.
Het vervolg
Na de historische periode waarin met name 'mannelijke' eigenschappen als
kracht en intellect de evolutie hadden bepaald, was het nu de beurt aan
de moraal volgens de redactieleden van het Encyclopaedisch Handboek.
De materiële strijd om het bestaan is in hun werk daarom vervangen
door een ethiek van zorg voor zwakkeren. HJt symbool voor deze 'zorgethiek'
was het moederschap. Het beeld van moederschap en -liefde stond voor de
ethisch feministen symbool voor een ethiek die was gefundeerd in de natuur,
maar die zou kunnen uitgroeien tot een algemeen, maatschappelijk moederschap.
Tegelijkertijd diende het moederschap als een spiritueel of geestelijk
ideaal, waarnaar de evolutie verder zou moeten worden ingericht. En dat
ideaal gold voor zowel mannen als vrouwen.
Met het beeld van moederliefde construeerden de ethisch feministen een
continuVteit tussen het sekseverschil (natuur), het culturele verleden
(geschiedenis) en hun streven: een toekomstige synthese van natuur en
cultuur. De ethici combineerden in hun feminisme dus het natuurlijke sekseverschil
met een historische kijk op de veranderlijkheid van de betekenissen die
aan dat verschil (kunnen) worden toegekend. De vrouwelijke waarden, waarop
de toekomstige maatschappij volgens de ethisch feministen zou zijn gebaseerd,
hadden zich eeuwenlang in de privésfeer kunnen ontwikkelen maar
moesten nu ook op de openbare sfeer worden toegepast. Wanneer de samenleving
als gevolg van de vrouwelijke invloed niet langer door strijd, maar door
samenwerking en liefde zou worden gekenmerkt, zou er een geheel nieuwe
maatschappij ontstaan. En dat was uiteindelijk het doel van de ethisch
feministen: 'eene evolutie der soort'.
Hoewel de ethisch feministen deze zorgethiek voornamelijk verbinden met
vrouwen, kan hun denken niet als biologisch-deterministisch aangemerkt
worden. Dit komt door hun evolutieperspectief op de natuur: de natuur,
en dus ook het natuurlijk sekseverschil, wordt historisch, dus veranderlijk,
opgevat. De zich wijzigende omstandigheden zouden in de toekomst een andere
vorm van het sekseverschil vereisen.
Een hogere fase
Met deze argumentatie plaatsten de ethici zich in het in hun tijd levendige
evolutiedebat. Veel hervormingsgezinden, ook feministen, voelden zich
aan het eind van de vorige eeuw aangetrokken tot het evolutiedenken omdat
het hen een theorie bood om in de schijnbaar natuurlijke orde van de industriële
samenleving in te grijpen.
Toch wordt het evolutiedenken maar zelden verbonden met feminisme. In
vrouwenhistorisch onderzoek wordt het vaak als iets negatiefs gezien.
Evolutiedenken wordt geVnterpreteerd als 'sociaal-darwinisme', een term
die associaties oproept met anti-feminisme en biologisch determinisme.
Het evolutiedenken kan in ruime zin echter beter omschreven worden als
een amalgaam aan opvattingen over de verhouding tussen natuur en cultuur.
Een van de stromingen binnen dit denken is het zogenaamde 'reform-darwinisme',
dat een grote aantrekkingskracht had op allerhande hervormers, variërend
van liberalen en socialisten tot feministen.
Het reform-darwinisme neemt, in tegenstelling tot het sociaal-darwinisme
het verschil tussen mensen en dieren tot uitgangspunt. De ongerichte agressie
die in de planten- en dierenwereld woedt, is volgens deze stroming niet
van toepassing op de mensenwereld, omdat de mens de loop van de evolutie
met zachte hand kan beVnvloeden door kennis van de natuur te combineren
met het menselijke rechtvaardigheidsgevoel. In deze opvatting van het
evolutiedenken wordt de hoogste ontwikkelingsfase gekenmerkt door liefde
en respect voor alle mensen - dus ook voor 'zwakkeren', zorg en het samenwerken
aan een betere samenleving.
Deze interpretatie van het evolutiedenken bood hervormingsgezinde groepen
een theorie om het menselijk ingrijpen in de evolutie te legitimeren.
Vanuit het idee dat de omgeving de aard van de soort bepaalt, werd beargumenteerd
dat het soms nodig is de sociale verhoudingen te wijzigen opdat de mensheid
als geheel een hogere evolutiefase zal bereiken. Sociale misstanden en
de achtergestelde positie van vrouwen konden in deze wereldvisie worden
opgevat als bijverschijnselen van een natuurlijke evolutie die ongericht
was. Een hoogstaande, juiste inrichting van de maatschappij - en dus een
hogere fase in de menselijke evolutie - zou kunnen worden bewerkstelligd
door met menselijk intellect en ethisch gevoel veranderingen in de maatschappelijke
verhoudingen aan te brengen.
Voor Nederland is Selma Sevenhuijsen een van de weinigen geweest die de
relatie tussen evolutiedenken en feminisme heeft onderzocht. In haar proefschrift
De orde van het vaderschap (1987) stelt zij dat feministen in de
jaren negentig van de vorige eeuw het evolutieperspectief gebruikten om
een discussie te starten over de historische veranderlijkheid van schijnbaar
'natuurlijke' instellingen als het huwelijk, het gezin en vader- en moederschap.
De feministen die Sevenhuijsen bespreekt leggen in hun evolutie-argumentatie
de nadruk op veranderingen in de sociaal-economische en juridische positie
van vrouwen. Na de eeuwwisseling verschoof het accent steeds meer naar
veranderingen in de moraal. Als mensen hun eigen gedrag en ethiek zouden
wijzigen, zou de samenleving 'vanzelf' op een hoger, beter plan komen.
Ook uit mijn onderzoek naar de relatie tussen het evolutiedenken en het
ethisch feminisme van het Encyclopaedisch Handboek blijkt dat de
ethisch feministen in de jaren tien de gang der evolutie veel meer uitleggen
als een geestelijke, of morele ontwikkeling. Essentieel hierbij is dat
de ethici bleven uitgaan van de natuur/werkelijkheid. En dat was hun belangrijkste
twistpunt met de door hen zo verguisde vrouwenbeweging.
Een woord
Het is moeilijk te achterhalen wat de term 'feminisme' circa honderd jaar
geleden betekende, en wanneer het woord precies is ingevoerd in Nederland,
maar het gebruik van de term door de ethici duidt mogelijk op een veel
prominenter rol van de natuur in de definitie van 'feminisme' dan wij
tegenwoordig vaak denken.
Het is wonderlijk hoezeer een term van inhoud kan veranderen. Tegenwoordig
waarderen wij de term 'feminisme' juist vanwege de mogelijkheid die daarmee
werd geschapen om uit de biologische categorieën te ontsnappen. Niet
alle vrouwen zijn feminist en mannen kunnen ook feminist zijn, aldus Maria
Grever in haar proefschrift. Met het idee dat ook mannen feminist kunnen
zijn, zouden de 'ethisch feministen' - waaronder Willem Werker - het wel
eens zijn. Het idee dat 'feminisme' zou 'ontsnappen' aan de biologische
categorieën past echter helemaal niet in het denken van de ethici.
Zij gebruikten de term 'feminisme' juist om het sekseverschil weer terug
te brengen in het denken over het vrouwenvraagstuk. Het kan verkeren.
Dit artikel is eerder verschenen in Historica, jaargang Historica 21(1998)3, pp. 24-26. Het is een bewerking van mijn doctoraalscriptie De vrouw, de vrouwenbeweging en het vrouwenvraagstuk. Feminisme en evolutiedenken in Nederland (1913-1918) (Universiteit Utrecht, 1996) die is in te zien bij het IIAV.