|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Dossiers over vrouwengeschiedenisZij daagt niet uit, zij is verwonderd, zij maakt blij,
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| | ||
| En zo gebeurde het dat Gemma [...] elke donderdag vanaf acht uur 's avonds tot vrijdag drie uur 's middags de wonden van Jezus mocht ontvangen. | ,, |
In dit artikel zal ik het leven van een andere heilige belichten, wiens
voorbeeldfunctie op zijn minst twijfelachtig genoemd mag worden: Gemma
Galgani.
Mijn belangstelling voor deze heilige is van persoonlijke aard. Mijn grootvader
leed aan de ziekte van Bechterev, een vergroeiing van de ruggewervel.
In de tijd dat deze ziekte zich bij hem openbaarde, in de jaren dertig,
wist men echter niets van dergelijke aandoening. Maandenlang werd hij
voor reuma behandeld en al snel was hij zowel psychisch als lichamelijk
een wrak. Totdat een priester zich over hem begon te ontfermen. Deze man,
aan wie ik indirect mijn bestaan aan dank, steunde mijn grootvader en
gaf hem tot slot een relikwie. Een stukje van de mantel van de heilige
Gemma Galgani.
Als iemand ziek was, steun kon gebruiken of een examen moest afleggen,
werd dit relikwie altijd meegegeven en alle vrouwen in mijn familie dragen
de naam Gemma.
Op mijn vraag wie die Gemma eigenlijk was, kon niemand mij echter antwoord
geven. Zij was altijd aanwezig, maar niemand wist wie ze geweest was,
of waarom de priester mijn opa juist een relikwie van haar had gegeven.
Dus ben ik op zoek gegaan naar deze vrouw.
Maar misschien was het verstandiger geweest als ik niet getracht had het
Gemma-mysterie te ontrafelen.
Gemma Galgani (1878 - 1903)
Gemma Galgani werd in Camigliano (noord-Italië) geboren als oudste
dochter in een gezin met acht kinderen. Het gezin, dat kort na de geboorte
van Gemma naar Lucca verhuisde, was niet onbemiddeld en zeer godsdienstig.
Volgens haar biograaf viel Gemma al vroeg op doordat zij nog vromer was
dan andere kinderen van haar leeftijd. Tevens was ze "vroegrijp verstandig":
als haar vader haar wilde knuffelen rende ze huilend weg.
| Bidprentje. "Lieve Jezus, ik wil een slachtoffer voor de zondaars zijn. H. Gemma van Jezus, bid voor ons." Eigendom van de auteur. |
Op religieus gebied onderscheidde zij zich dusdanig dat ze reeds op negen
jarige leeftijd haar heilige communie mocht doen. Volgens de overlevering
openbaarde Jezus zich toen voor het eerst aan Gemma. De rest van haar
leven zou hij haar geregeld "bezoeken".
In de daarop volgende jaren studeerde Gemma hard en begon ze steeds vuriger
te bidden en te versterven (zich te onthouden van aardse genoegens). Ze
at weinig, of niet, en gaf haar sieraden en kleren weg.
Op haar zestiende overleed haar broer plotseling en werd Gemma ernstig
ziek. Ze lag drie maanden aan bed gekluisterd en moest haar studie opgeven.
Als oudste dochter begon ze nu het huishouden te verzorgen.
Gedurende en na haar ziekte begonnen de visioenen van Jezus toe te nemen.
Zij zag altijd de lijdende Jezus, dat wil zeggen de gekruisigde. Zij beschouwde
zichzelf als zijn bruid en ze wilde delen in zijn smarten. "En haar
gebeden werden verhoord" stelt Molenaar wel erg luguber:" want
nauwelijks genezen van haar dodelijke ziekte, kreeg zij in haar voet een
de verschrikkelijke pijn van been-eter [een chronische etterende beenontsteking,
meestal van tuberculeuse aard, L.J.]. Eerst in stilte heldhaftig verdragen,
verergerde die pijn zo zeer, dat zij haar kwaal niet langer verbergen
kon: een operatie bleek nodig, die zij in volle bewustzijn doorstond."(
Molenaar, Brieven, 6-7)
Kort daarna overleed haar vader aan keelkanker, haar moeder was ze reeds
op zeven jarige leeftijd verloren, en Gemma werd ondergebracht bij een
rijke oom en tante. Gemma was inmiddels een mooie, jonge vrouw (de foto's
van haar stammen uit deze tijd), die de aandacht begon te trekken van
jongens. Tot haar eigen schrik, want haar vereenzelviging met Jezus nam
dergelijke proporties aan dat ze een gouden horloge wegsmeet omdat haar
"gekruisigde bruidegom" in armoede was gestorven.
Misschien was ze wel blij dat ze, nog nauwelijks genezen van haar beenontsteking,
nu een nieraandoening kreeg en een ontsteking aan haar ruggegraat. Ze
werd terug naar haar broertjes en zusjes gestuurd. Haar ziekte verergerde
al snel en ze moest opnieuw geopereerd worden: weer zonder verdoving.
De situatie verergerde echter alleen maar en de familie verwachtte dat
de 21-jarige Gemma zou overlijden. Ze genas echter, van de ene op de andere
dag. Naar eigen zeggen had ook de zalige Gabriël, een vroeg gestorven
Passionist (een kloosterorde), die nu ook in haar visioenen verscheen
dit bewerkstelligd.
Tijdens haar ziekte legde Gemma een gelofte van eeuwige zuiverheid af
en vatte het plan op om in een klooster in te treden. Geen enkel klooster
was, gezien haar lichamelijke conditie, echter bereid haar toe te laten
treden.
Na haar wonderbaarlijke genezing, in het jaar 1899, begon Gemma te stigmatiseren.
De reeds genoemde biograaf verhaalt bloemig over deze gebeurtenis: God
zou tot Gemma gezegd hebben hoe ze Jezus werkelijk moest beminnen: "ziet
gij dit kruis, deze doornen en deze spijkers, dit uitgebloed lichaam,
deze kneuzingen en wonden? Dat is het werk van de liefde [...] Wilt gij
Mij wezenlijk beminnen? Leer dan eerst lijden: want lijden leert beminnen."
(Molenaar, Gemma, 48) En zo gebeurde het dat Gemma, tot ontsteltenis van
haar familie en omgeving, elke donderdag vanaf acht uur 's avonds tot
vrijdag drie uur 's middags de wonden van Jezus "mocht ontvangen.
Zelfs de doornenkroon bleef haar niet bespaard."
Daar dit niet verborgen kon blijven, en de buurt er al snel schande van
sprak, werd Gemma onder toezicht van de kerk gesteld. Pater Geramo zou
haar gedurende de drie jaar die ze nog te leven begeleiden en "veelsoortige
experimenten" op haar uitvoeren. Hij kwam tot de conclusie dat Gemma
geen simulante was, maar werkelijk door God bezocht werd.
In het jaar 1902 werd Gemma opnieuw ernstig ziek. Nog bijna een jaar zou
zij aan haar bed gekluisterd zijn: op paas-zaterdag 1903 overleed ze.
"Dit slachtoffer der goddelijke liefde, en vanuit het maagdelijk
lichaam verspreidde zich een fijne geur in de sterfkamer" (Molenaar,
Brieven, 9).
| Bidprentje. Eigendom van de auteur. |
Voorbeeldige Gemma
De vraag waar ik mee ben blijven zitten is, waarom juist deze vrouw heilig
verklaard is.
Volgens M. Molenaar, die verantwoordelijk was voor het verspreiden van
het gedachtengoed van Gemma in Nederland, "behoort zij tot de heiligen,
die het meest het katholieke vroomheidsleven beïnvloeden zowel door
de kracht van haar voorspraak als door haar aantrekkelijke voorbeeldigheid"
(Molenaar, Brieven, 9). Het streven van Gemma Galgani was, volgens hem,
heiligheid. Haar hele leven was erop gericht één te worden
met de lijdende Christus en zo met Gods wil. Het zich losmaken van het
lichaam, in extase raken, en stigmatiseren heeft te maken met de mystieke
vorm van godsdienst belijdenis.
Dergelijk levensdoel noch dergelijke vorm van godsdienst belijdenis passen
binnen ons huidig concept van religiositeit. In haar eigen tijd noemden
veel mensen Gemma al een hysterica; in onze tijd zou ze in een kliniek
terecht gekomen zijn, in plaats van heilig verklaard worden.
Volgens Rudolph Bell was Gemma Galgani de laatste in een lange traditie
van vrouwen die zichzelf verminkten en verstorven. In zijn onderzoek naar
de relatie tussen ziekelijkheid en heilige vrouwen beschrijft hij een
lange traditie, beginnend in de twaalfde eeuw en doorlopend tot in onze
tijd, van vrouwen die op vergelijkbare wijze heiligheid nastreefden.
Volgens hem is de ziekelijkheid van deze vrouwen, in dit verband legt
hij een relatie met anorexia nervosa, de enige wijze waarop zij zich konden
verzetten tegen hun omgeving. Ziekte bood een mogelijkheid te ontsnappen
aan hun rol en de mogelijkheid om terug te vallen in een "passieve
kinderlijke rol" (Bell, Sancta, VI). Een andere verklaring, die veel
anorexia patiënten zelf aandragen, is dat zij hun familie of omgeving
willen "redden". Door de rol van "zondebok" op zich
te nemen trachten deze vrouwen het onbehagen van de omgeving op zich te
richten, zodat de anderen niet geconfronteerd worden met pijnlijk zelfinzicht.
Met name deze laatste verklaring lijkt op Gemma van toepassing. Door haar
ziekelijkheid af te doen als een daad van verzet, lijkt me te ver gaan.
Bell stelt dat deze vrouwen zich verzetten tegen de geldende normen binnen
het huwelijk of binnen de kloostermuren: Gemma wilde juist graag in een
kloosterorde opgenomen worden en was in haar eigen visie een getrouwde
vrouw.
Aannemelijker is de reddingsdrang die Gemma gevoeld zou kunnen hebben:
zij zag zichzelf letterlijk als zondebok. De zonden van de wereld diende
zij te dragen om één te worden met Jezus, die op zijn beurt
de zonden van de mensheid op zich nam. Ze verhaalde in al haar brieven
over de zonden die ze had begaan, of waar ze voor moest lijden. Het lijkt
mij dat haar religieuze gevoelens oprecht waren, maar haar lijden resulteerde
er inderdaad in dat haar hele familie de aandacht op de ziektes van Gemma
richtten, waardoor het overlijden van de broer en de ouders en het verlies
van inkomsten naar de achtergrond verdrongen werden.
De goede werken van Gemma zouden kunnen zijn, dat zij de emotioneel en
materieel onstabiele familie Galgani in stand hield. De basis voor heiligheid
lijkt mij echter te smal. Na Gemma wonnen de inzichten van Freud, zelfs
binnen de katholieke kerk, snel terrein waarmee een einde kwam aan een
lange traditie van "heilige freaks".
Tot slot is het meest opvallende aan Gemma niet haar strijdbaarheid
noch haar intellect: het is de snelheid waarmee ze heilig is verklaard.
Dertig jaar na haar overlijden (op 13 mei 1933) werd ze zalig verklaard
en op 2 mei 1940 werd ze heilig verklaard. Jeanne d'arc werd bijvoorbeeld
pas na zeven eeuwen heilig verklaard. Een verklaring hiervoor zou kunnen
zijn dat, met de naderende oorlogsdreiging, de kerk een boodschap uitzond:
men moet zijn of haar lot en lijden dragen. Het pausdom heeft echter geweigerd
de spirituele ervaringen van Gemma te becommentariëren of goed te
keuren.
De priester die mijn opa het relikwie van Gemma gaf heeft óf gedacht
dat mijn grootvader door zijn lijden dichter bij God zou komen (wat overigens
nooit gebeurd is) óf had de bedoeling te tonen dat er mensen waren
die ergere pijnen hadden gekend. Ik hou het maar op die laatste verklaring.
Literatuur
Rudolph M. Bell, Sancta Anorexia. Vrouwelijke wegen naar heiligheid. Italië 1200-1800 (Amsterdam, 1985).
M. Grever, Strijd tegen de stilte. Johanna Naber (1859-1941) en de vrouwenstem in geschiedenis (Hilversum 1994).
P. Hyacintus, Brieven van de heilige Gemma Galgani. Gerangschikt en van aantekeningen voorzien, met een inleiding van M. Molenaar (Haarlem, 1959).
M. Molenaar, Gemma van Lucca (Nijmegen-Utrecht, 1937).
G. de S. Stanislao, Gemma Galgani. de Serafijnsche Maagd van Lucca (1878-1903) (Leiden 1912).