|
|
Dossiers over vrouwengeschiedenis
Jeanne Immink, de eerste grote alpinist
Harry Muré
Een vrouw die in Nederland onbekend gebleven is, maar in het
buitenland gold als autoriteit op haar gebied, is Jeanne Immink. Ze
beklom de moeilijkste bergen in een tijd dat alpinisme nog een
excentrieke bezigheid was. Vanaf 1890 gaf ze gedurende een aantal jaren
de toon aan in alle facetten van de bergsport. Jeanne Immink beheerste
als eerste vrouw ter wereld de vierde graad, op dat moment het hoogste
niveau, voorbehouden aan berggidsen en een twintigtal jeugdige durfals
uit de alpenlanden. Een actiefoto van Jeanne Immink sierde al het omslag
van een alpinistisch boek, toen de Nederlandse mannen nog amper een berg
hadden gezien. Ze introduceerde vernieuwingen, waardoor het alpinisme
voor vrouwen toegankelijker en maatschappelijk meer aanvaardbaar werd.
In de Dolomieten kreeg ze een eigen berg: de Cima Immink. Zo'n
onderscheiding is geen andere Nederlander ooit ten deel
gevallen.
 |
De Italianen noemden haar La donna instancabile, de
onvermoeibare dame. Haar erelijst vermeldt honderd bergen van de extreme categorie. Ze besteeg de laatste onbeklommen toppen en opende kletterroutes die nog steeds met stip worden vermeld in de recente klimgidsen. L'Olandesina - het Hollanderinnetje, een andere koosnaam - was een van de eerste alpinisten die aan winterbergklimmen deed, een discipline waarbij extra moed en ervaring vereist zijn.
Jeanne Immink werd in 1853 in Amsterdam geboren als eerste van vier dochters in een gezin van joodse komaf. Vader Frederik Diest, commissionair en effectenhandelaar, overleed toen ze veertien was. De achterblijvers hadden het niet breed. Toch kregen de kinderen een goede opleiding. Jeanne sprak en schreef uitstekend Duits, Engels en Frans. Omdat Amsterdam een jongedochter geen toekomstperspectief bood, trouwde ze op jeugdige leeftijd met stadgenoot Karel Immink, waarna het paar meteen naar Transvaal emigreerde. Daar bleken de omstandigheden echter al even uitzichtloos. Als wetsagent en schoolmeester verdiende Karel amper de kost. Het huwelijk hield niet lang stand.
Een relatie met een welgestelde Britse officier die carrière maakte in de Zoeloe Oorlog, bood Jeanne de gelegenheid te ontsnappen aan de situatie. Ze bracht haar nog geen jaar oude zoontje onder bij de bevriende huisarts van Pretoria, negeerde de door haar man wegens overspel aangespannen echtscheidingszaak en trok met haar minnaar naar India. Toen ze van hem in verwachting raakte, was haar aanwezigheid niet langer gewenst. Ze kreeg een ruime toelage om het onwettige kind - wederom een zoon - in Zwitserland ter wereld te brengen en op te voeden.
Hoe laakbaar haar gedrag ook was, Jeanne had haar vrijheid veroverd en stond die niet meer af. Om aan de fiscus te ontsnappen wisselde ze elk halfjaar van adres en land. Formulieren vulde ze in met foutieve gegevens en ze was er voortdurend op uit de omgeving te misleiden aangaande haar status en verleden. Daardoor ontstond het beeld van de mysterieuze dame uit de belle époque die tot de beste klimmers van de wereld behoorde, maar van wie concreet slechts bekend was dat ze uit Amsterdam kwam.
In Zwitserland maakte ze haar eerste bergwandelingen. Al snel zocht ze hogere doelen op, waaronder de talrijke vierduizenders rond Zermatt met Weisshorn en Dufourspitze. Daarbij kwamen haar uitzonderlijke fysieke en mentale eigenschappen aan het licht. Jeanne was in staat hoogteverschillen van 2.500 meter per dag te overwinnen, prestaties die vandaag onvoorstelbaar zijn. Haar belangstelling voor de bergen was gewekt in de gesprekken met Britse officieren en mountaineers aan de voet van de Himalaya in India. Eenmaal gegrepen door de majestueuze schoonheid van het hooggebergte en de voldoening die het leveren van grote lichamelijke inspanningen haar schonk, maakte ze snel vorderingen aan het touw van haar gidsen. Ze noemde de bergen 'haar lieve vrienden', maar het romantisch motief werd gaandeweg overschaduwd door de sportieve drang om beter, sneller en hoger te klimmen dan andere alpinisten.
Ofschoon niets er op duidt dat Jeanne Immink feministe was, profileerde ze zich nadrukkelijk. Na de eerstbeklimming van een vierhonderd meter hoge rotstoren in de Dolomieten schreef ze op haar topbriefje: 'Ik nodig de heren alpinisten uit mijn stappen te volgen. Leve Italië, leve Nederland.' Nog provocerender - voor toenmalige begrippen - was haar verslag in de Alpenkrant over een sensationele klerttertoer door de noordwand van de Kleine Zinne. 'Omdat wij vrouwelijke berggymnasten maar al te vaak gekleineerd worden, meld ik bij deze, dat ik geen moment een beroep op het touw van de gids heb gedaan.' Het was algemeen bekend, dat de gidsen hun mannelijke klanten op moeilijke passages vaak touwsteun moesten bieden.
Jeanne Immink was in de alpencentra Zermatt en Cortina d'Ampezzo een graag geziene persoonlijkheid. De beste gidsen dongen naar haar gunsten. Een tocht met de 'dame uit Amsterdam', die werd gekwalificeerd als 'bijzonder sterk rotsklimmer', betekende pure reclame voor het zich snel ontwikkelende toerisme.
Bergsport in ontwikkeling
Jeanne Immink kleedde zich revolutionair. Vrouwen droegen tijdens bergtoeren hun normale, lange kleding met daaronder een wijde broek. Als het echte klimmen begon, werd de rok afgeritst of een stukje opgebonden. Jeanne brak met die onhandige gewoonte en vertoonde zich in strakke mannenbroek en waistcoat. De breedgerande hoed met voile verruilde ze voor een hardleren jockeycap als bescherming tegen steenslag. Voor het kletteren in derde- en vierdegraads terrein trok ze vilten klimschoentjes aan. Die garandeerden een betere voeling met de rots dan de plompe, ijzerbeslagen hoge schoenen. Om de vingertoppen bij langdurige kletterpartijen te sparen gebruikte ze soepele nappa handschoenen.
Haar grootste bijdrage aan de technische ontwikkeling van de klimsport was de uitvinding van de borstgordel. Bij het abseilen - het omlaagglijden langs het touw - veroorzaakte de wrijving pijnlijke striemen op dijen en billen. Ze liet daarom een brede leren riem vervaardigen met stalen ringen, waar het touw doorheen liep of waaraan het kon worden bevestigd. Dat uitgerekend iemand uit een land zonder bergen de oplossing voor het knellende probleem bedacht, maakte zoveel indruk dat Jeanne Immink in boeken over de geschiedenis van de bergsport met name wordt geroemd als uitvinder van de klimgordel.
Ze verscheen in de Alpen op het moment dat het klassieke alpinisme ten einde liep en het begin van de moderne klettersport zich aandiende. De pioniers, de Britten voorop, hadden alle grote bergen in de Alpen beklommen, meestal via de gemakkelijkste weg. De nieuwe generatie zocht andere uitdagingen. Het doel was niet meer de top, maar de weg ernaartoe. Hoe moeilijker de route, hoe groter het aanzien dat de kletteraar verwierf. Jeanne Immink mengde zich volop in de strijd.
Een van de talrijke berggroepen waar ze haar sporen verdiende, was de Langkofel in de Dolomieten. Het massief nabij de skiregio van het Val Gardena bestaat uit een veelvoud van markante vormen die loodrecht in de hemel priemen. De meeste toppen van de Langkofel ofwel Sassolungo werden al in een vroeg stadium beklommen, maar één piek, de Fünffingerspitze, was ongenaakbaar. Kletteraars uit tal van landen hadden al dertig vergeefse pogingen ondernomen, totdat de jonge Robert-Hans Schmitt uit Wenen, de sterkste kletteraar van het moment, er in slaagde door te dringen tot de top. Het was de moeilijkste route die hij ooit had voltooid, en hij betwijfelde, dat iemand het hem na zou doen. 'Nog geen jaar later echter,' aldus een verbaasde Alpenkrant, 'werd de prestatie herhaald, en wel door Jeanne Immink uit Amsterdam.' De Fünffingerspitze was even berucht als populair. Er viel een aantal doden en de discussies laaiden hoog op. Ook Jeanne Immink liet haar stem horen, of het de heren zinde of niet. 'Aangezien ik toevallig als enige de Fünffingerspitze van alle kanten heb beklommen, permitteer ik mij de opmerking, dat de door mij gevolgde Schmitt-route verreweg de moeilijkste is.' Over de fatale val van een berggids schreef ze: 'Ik ken de plek van het onheil. De passage is niet bijzonder gevaarlijk en ik begrijp dan ook niet hoe daar zoiets kon gebeuren.' Voor een vrouw waren haar uitspraken hoogst onbetamelijk, maar ze was een expert en kon het zich veroorloven. Haar mening werd op prijs gesteld. Dat ging zo ver, dat mannen haar advies inwonnen alvorens een tocht te ondernemen.
Theodor Wundt, een Duitse generaal, die als schrijver en fotograaf het alpinisme propageerde, deed voor een van zijn boeken een beroep op Jeanne Immink, 'omdat ik heb vernomen, dat u gewaagde beklimmingen uitvoert die het waard zijn op de fotografische plaat te worden vastgelegd.' Als locatie diende de Kleine Zinne, de toetssteen van de klimsport in het hart van de Dolomieten. Jeanne Immink poseerde gewillig in de meest hachelijke posities en de sessie leverde de eerste actiefoto's van een vrouw als rotsklimmer op. Zelf schreef ze een humoristische bijdrage over het avontuur met het enorme houten statief en de glasplatencamera op de smalle richeltjes. Het boek met de spectaculaire illustraties werd een regelrechte bestseller. Het verscheen in 1894 in Berlijn en beleefde zowaar nog een Italiaanse heruitgave in 1996 in Cortina d'Ampezzo. De foto van Jeanne Immink op de Kleine Zinne is de spannendste opname uit de vroege geschiedenis van de klimsport en siert nog steeds het omslag van het boek.
Haar eigen Dolomieten
Haar eigen berg, de Cima Immink, verrijst dicht bij het skiressort San Martino di Castrozza, van oorsprong trefpunt van de beste klimmers. Het is het gebied van de Palagroep, waar de Dolomieten op hun mooist zijn. Een berg werd slechts bij hoge uitzondering naar een alpinist genoemd. Opmerkelijk was, dat niet de voornaam, zoals gebruikelijk bij vrouwen, maar de achternaam Immink werd gebezigd. Dat gebeurde alleen, als het een publiekelijk herkenbare persoonlijkheid betrof, die zich gedurende een langere periode had onderscheiden.
De Cima Immink (2.868 meter) is een imponerende berg. Hij springt er met zijn nuchtere Nederlandse naam onmiddellijk uit temidden van de exotisch klinkende aanduidingen op de landkaarten. Jeanne verrichtte de eerstbeklimming van de cima (Italiaans voor berg) op een prachtige augustusdag in 1891. In haar verslagje volstond ze droogjes met de opmerking dat ze 'de bestijging niet bijzonder moeilijk vond' en dat 'de berg naar haar werd genoemd'. Uitbundigheid was een vrouw niet toegestaan. De Cima Immink is de enige berg op de wereld met de signatuur van een Nederlandse alpinist.
Volledigheidshalve voegde Jeanne Immink ook zogenoemde modebergen als Zugspitze en Ortler, de hoogste toppen van respectievelijk Duitsland en het toenmalige Zuid-Tirool, aan haar programma toe. Om toch uit te blinken op die voor haar tamelijk eenvoudige bergen volgde ze een afwijkende of nieuwe route. Zelfs de bestijging van de Matterhorn op de normale manier, toch voor iedere alpinist een hoogtepunt, vond ze te simpel. Daarom beklom ze hem gelijk maar tweemaal en dat ook nog als volledige overschrijding: langs een kant omhoog en via de andere omlaag.
 |
Haar grootste successen vierde ze, toen ze al tegen de veertig liep, een leeftijd die een eeuw geleden als zeer gevorderd gold. Maatschappelijke grenzen beletten haar niet naar eigen goeddunken initiatieven te ontplooien. Vrouwen werden in de bergen begeleid door twee gidsen, omdat ze niet in staat werden geacht hun eigen rugzak te dragen. Jeanne Immink rekende af met dat fabeltje en bewees dat een klettertoer met één gids praktischer en veiliger was. Een hecht koppel vormde ze met de legendarische bergführer Sepp Innerkofler, Oostenrijks heldenfiguur van het bergfront in de Eerste Wereldoorlog. Ofschoon bergklimmen een stuk riskanter was dan tegenwoordig - haken bestonden nog niet - bleef Jeanne Immink gevrijwaard van ongelukken met ernstig gevolg. Op de Matterhorn verkeerde ze samen met Sepp Innerkofler in levensgevaar door blikseminslagen. In de Dolomieten maakte ze een vrije val in het touw, waarbij ze slechts schaafwonden opliep.
Jeanne Immink was lid van drie alpenverenigingen (Italië, Oostenrijk, Duitsland). Ze werd als een van de eerste vrouwen toegelaten tot de Österreichischer Alpen-Club, een exclusieve sociëteit, die tot op vandaag uitsluitend topklimmers en personen met bijzondere verdiensten voor het alpinisme opneemt.
De betekenis van Jeanne Immink als eerste grote sportvrouw en alpinist is nooit doorgedrongen tot Nederland. Tijdens haar klimcarrière had Nederland nog geen alpenvereniging. Die kwam er pas in 1902, toen ze allang gestopt was. Daarnaast bleek de breuk met de familie onherroepelijk. Haar eerste zoon heeft ze nooit meer gezien. Niettemin bleven er emotionele banden bestaan. Zo bewaakte ze welhaast demonstratief haar Nederlandse nationaliteit. Ook na de echtscheiding, die later bij verstek werd uitgesproken, legitimeerde ze zich konsekwent als Immink om geen twijfel op te roepen omtrent de identiteit van haar tweede zoon. Hij vestigde zich als zakenman in Milaan en was er Nederlands consul. Jeanne is altijd bij hem gebleven. Ze overleed in 1929.
Dankzij haar optreden waren de opvattingen over het vrouwenklimmen aan het einde van de negentiende eeuw drastisch veranderd. Haar invloed is tot op vandaag zichtbaar en in de berghutten valt nog steeds haar naam. In de literatuur duikt ze op als mythisch figuur. Alpiene schrijvers, onder wie prominenten als Reinhold Messner en Luis Trenker, vermelden haar respectvol in hun werken.
Vele jaren nadat ze afscheid had genomen van de bergen, werd er nog een tweede top naar haar genoemd. Toen de Britse graaf Ralph Earl of Lovelace, kleinzoon van Lord Byron en uitstekend kletteraar, een nog maagdelijke rotstoren beklom, vertelden de gidsen hem het verhaal van de bewonderenswaardige vrouw uit Amsterdam. Daarmee was de naam voor de piek snel gevonden: Campanile Giovanna (Italiaans voor Jeanne; campanile betekent toren). Hij staat naast de Cima Immink. Zodoende leest de wandelaar die ter plekke omhoogkijkt, van links naar rechts: Giovanna Immink. Zo'n visitekaartje bezit niemand op de hele wereld.
Geschreven voor de VVG door Harry Muré, auteur van: Het mysterie Jeanne Immink, de vrouw die naar de wolken klom. Uitgeverij Elmar Rijswijk. ISBN 9038914334. Het boek is in april 2010 ook verschenen in het Duits onder de titel Jeanne Immink. Die Frau, die in die Wolken stieg. ISBN 978-3-7022-3075-3
Foto's:
1 Jeanne Immink in 1893 op de Kleine Zinne in de Dolomieten. Foto door Theodor Wundt.
2 Portret van Jeanne Immink. Fotoarchief Österreichischer Alpenverein.
|