|
|
||||||
Historica - Hét tijdschrift over gendergeschiedenisIn Nummer 2, 2002JubileumMateriële cultuur, context en betekenis
Tot nu toe is vrouwengeschiedenis vooral gebaseerd
geweest op geschreven bronnen. Historica wil met een themanummer over
materiële cultuur aandacht besteden aan de betekenis van de ons omringende
‘dingen’ voor de geschiedenis van vrouwen. Dit thema sluit
aan bij het congres Culturele Bagage dat op 11 en 12 oktober 2002 werd
gehouden en was georganiseerd door de VVG, de Stichting Vrouwengeschiedenis
van de Vroegmoderne Tijd en het Historisch Platform. Historica vroeg twee
specialisten op het terrein van de materiële cultuur, Renate van
de Weijer en Gerard Rooijakkers, het themanummer in te leiden.
Gerard Rooijakkers en Renate vd Weijer Afbeeldingen Een rondgang door het Allard Pierson Museum
Wie een beeld wil krijgen van de materiële
overblijfselen van een beschaving kan naar een archeologisch museum gaan
om daar kunst- en gebruiksvoorwerpen te bekijken. Maar geven die een representatief
beeld en meer in het bijzonder, geven die een goed beeld van het leven
van de vrouw in die beschaving? Of is het beeld vertekend en zien we bij
deze voorwerpen, die vaak door en voor mannen gemaakt zijn, de vrouw door
de ogen van de man?
Geralda Jurriaans-HelleDevotieprenten Minnemystiek op devotieprenten in de zeventiende-eeuw
Enige duizenden kloppen en begijnen leefden
en werkten in de Republiek. Zij onderwezen en verzorgden (wees)kinderen,
armen en behoeftigen en ondersteunden priesters. In de moeilijke tijd
van de contrareformatie hielden deze semi-religieuze vrouwen de katholieke
kerk in de Noordelijke Nederlanden overeind. Een belangrijk aspect van
hun spirituele praktijk was het mystieke huwelijk. Als bruiden van Christus
leefden zij een vroom en deugdzaam leven, opdat zij eens werden verenigd
met hun hemelse bruidegom. Inspiratie voor het aardse leven vonden de
vrouwen bij devotieprenten.
Evelyne VerheggenPoppenhuizen Het leven van een huisvrouw in miniatuur
Poppenhuizen zijn bij uitstek objecten die met
vrouwen worden geassocieerd. Ze zijn een favoriet verjaarscadeau voor
meisjes en ook op volwassen vrouwen hebben poppenhuizen een grote aantrekkingskracht.
Na de Nachtwacht zijn de zeventiende-eeuwse poppenhuizen van het Rijksmuseum
de grootste publiekstrekkers. Het publiek dat hier kijkt, dat lezingen
bijwoont of poppenhuisbeurzen bezoekt, bestaat voor het overgrote deel
uit vrouwen. Er wordt veel tijd en geld besteed aan de inrichting van
een nieuw poppenhuis. In de meeste gevallen bepalen vrouwen de indeling,
de functie van de kamers, de aanschaf van de meubels en de inhoud van
de kasten. Als mannen betrokken zijn bij een poppenhuis, dan is vooral
de bouw van het huis of de vervaardiging van het meubilair hun terrein.
Jet Pijzel-DommisseMarketing Hoe fornuizen aan de vrouw werden gebracht
In de jaren twintig en dertig van de twintigste
eeuw woedde er in Nederland een felle concurrentiestrijd tussen gasbedrijven
en elektriciteitsbedrijven. Gas, dat uit steenkool werd gemaakt, werd
veel gebruikt voor warmtetoepassingen in het huishouden, met name voor
koken en verwarming. Elektriciteit werd aanvankelijk in hoofdzaak gebruikt
voor de verlichting van woningen en bedrijven en voor elektromotoren in
de industrie. De elektriciteitsbedrijven streefden echter naar een grotere
en meer over de dag gespreide afzet van elektriciteit. Daarom introduceerden
ze elektrische fornuizen en andere huishoudelijke apparaten, die vooral
buiten de avonduren gebruikt zouden worden. Als reactie daarop propageerden
de gasbedrijven verbeterde gasfornuizen. Zo spitste de concurrentiestrijd
zich toe op de manier van koken. Peter van Overbeeke laat in dit artikel
zien hoe het elektriciteitsbedrijf en het gasbedrijf uit Amsterdam hun
kooktoestellen aan de vrouw probeerden te brengen.
Peter van OverbeekeSpel Kwartet van de koloniale verbeelding
Rond de Tweede Wereldoorlog gaf het Koloniaal
Instituut in Amsterdam een kwartetspel uit. Tot voor kort werd dit kwartetspel
niet als collectie beschouwd, maar geclassificeerd als educatief materiaal,
behorend tot de geschiedenis van het uit het Koloniaal Instituut voortgekomen
Tropenmuseum. Daarmee was het een rekwisiet. Maar tegenwoordig zien we
het spel ook als een bron ter bestudering van vormen van representatie
van de cultuur van Indonesië in Nederland. Het laat in een notendop
zien hoe het Koloniaal Instituut ten tijde van de ethische politiek de
maatschappijbewuste, goed opgeleide moderne burgerij informeerde over
etnische diversiteit overzee, met de bedoeling dat zij zich op basis van
een culturele hechting verbonden zou voelen met de Nederlandse beschavingsmissie
aldaar. De betekenis van het kwartet is dus niet eenduidig. Susan Legêne
belicht in dit artikel de twee kanten van het spel.
Susan LegênePoppen Barbie. Speelgoed tussen commercie en idealisme
Barbie, de 11 inch plastic vrouw, kwam in 1959
ter wereld. Dat jaar presenteerde speelgoedfabrikant Mattel het miniatuurvrouwtje
met borsten aan het aanvankelijk huiverige publiek van speelgoedverkopers.
Ruim veertig jaar later is Barbie een alledaags materieel verschijnsel
dat iedereen kent. Hélène Winkelman onderzocht de populariteit
van Barbie en de wisselwerking tussen producent en consument.
Hélène Winkelman Recensie Vrouwen in de stedelijke ruimte
Renger de BruinDierbaar ding Stenen
Nelleke NoordervlietHybride trol
Esther Captain Het clowntje van mijn vader
Ineke StroukenTheelepeltje met olifant
Johanna Maria van WinterHistorica-service
Vers van de pers
Losse nummers kosten € 7,-. Leden van de VVG ontvangen de Historica automatisch.
| ||||||
|
|
||||||
| Terug naar boven | ||||||