Economische en sociale geschiedenis

Hoererende dames en winkelende vrouwen in Amsterdam rond 1900
“Het jonge meisje, zoowel als degenen die haar vergezelt, moet iedere opvallende kleeding vermijden en doen goed, die wandelwegen te kiezen die een weinig van den rijweg, maar toch niet al te verwijderd liggen,” aldus een etiquetteboekje van Engelberts uit 1890. Aan het eind van de negentiende eeuw werd het debat omtrent de toegankelijkheid voor vrouwen tot de publieke ruimtes overheerst door de angst om als onfatsoenlijk of seksueel verdacht te worden gezien. Daarom raadden etiquetteboekjes meisjes en vrouwen aan niet alleen over straat te gaan. Een vrouw alleen op straat was onbeschermd en nodigde uit tot seksuele avances en klassenoverschrijding. Met de opkomst van het winkelen als vrijetijdsbesteding kwamen deze normen echter onder druk te staan.

Esmeralda Tijhoff

Ierland

Hongersnood, gender en nationaliteit in het werk van negentiende-eeuwse Ierse schrijfsters
De Grote Hongersnood van 1845 tot 1852 is een van de belangrijkste episodes uit de Ierse geschiedenis. De voedselschaarste als gevolg van de aardappelziekte doodde bijna een miljoen plattelandsbewoners en leidde tot een explosieve emigratie die gezinnen uit elkaar dreef. De verhoudingen met het moederland, Engeland, verslechterden aanzienlijk doordat de Britse regering niet voldoende ingreep naar de mening van veel Ieren. Getroffen boerenarbeiders werden bovendien door de adel van diens land gedreven omdat ze de belastingen niet meer konden betalen (MacRaild 2) en gezinnen kwamen op straat te staan. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het trauma van de Grote Hongersnood een gewichtige rol speelt in het cultureel geheugen van Ierland, zoals blijkt uit de onafhankelijkheidsspeech van dichter Patrick Pearse uit 1917: “We are willing to die as millions did during the famine years of Queen Victoria” (391). Herinneringen aan de Grote Hongersnood leefden echter vooral voort in de Ierse literatuur, vooral in het werk van schrijfsters, die zich daarbij richten op de ervaringen van de vrouw.

Marguérite Corporaal

Oudheid

Romeinse vrouwen en textielarbeid
Van Doornroosje die zich prikt aan het spinnewiel tot kantklossende vrouwen als toeristische attractie in Brugge: al eeuwen bestaat er een nauwe relatie tussen vrouwen en textielarbeid. In de antieke samenleving stond textielarbeid nagenoeg synoniem voor vrouw-zijn. Wie zich de kunde van het weven eigen had gemaakt, mocht zich een voortreffelijke vrouw noemen. In het antieke Rome maakten mannen van de hoogste sociale klassen vaak een onderscheid tussen ‘goede’ en ‘slechte’ vrouwen. Er was een gedragsmodel voor vrouwen van de elite: ongeschreven regels die bepaalden wanneer een vrouw lof of kritiek verdiende. Het weefgetouw gold daarbij als een belangrijk criterium.

Lien Foubert

Biografie

Henriette van Loenen-de Bordes
De canonisering van Aletta Jacobs als icoon van de ‘vrouwenemancipatie’ in Nederland mag ons verheugen, maar zij verplicht evenzeer. Canonisering verstart immers maar al te gemakkelijk de blik, en iconen hebben de neiging vol in beeld te gaan staan en het zicht lelijk te beperken. Achter, naast, vóór en ook geheel buiten Jacobs om waren vrouwen actief, van wie we vooralsnog niet meer dan een naam, een plaats, soms ook een saillant detail kennen, maar van wie we niettemin denken te weten wat zij toentertijd als vrouwen niet mochten en niet deden. Trouwen èn studeren? Kinderen èn carrière maken? Henriette van Loenen-de Bordes deed het wèl. Al aan het eind van de negentiende eeuw.

Myriam Everard

Literatuur

De veelzijde carrière van Caecilia Ameye
“Ik zou zoo zoo aan Benoit willen werken, voor de couranten schrijven, en er is niets in de wereld die u meer verlamd [sic] en de gedachten spoorloos uitroeid [sic] dan dat niets beduidend gepraat zonder hoofd of einde, die de dagen doet wegvliegen.” (Devos 1999: 24) Met die woorden geeft de jonge Caecilia Ameye in 1903 aan haar moeder te kennen dat ze niets liever wil dan een plaats bemachtigen in de letteren of journalistiek. De tweetalige Ameye, die harpiste is en poëzie schrijft, slaat tal van wegen in om haar ambities te verzilveren, maar zal uiteindelijk geen blijvende naam maken. Hoewel ze op tal van vlakken een aparte positie inneemt onder de schrijvende vrouwen in Vlaanderen, heeft dat haar niet in de annalen vereeuwigd. Wat daartoe heeft bijgedragen, wordt in dit stuk onderzocht, maar een sluitend antwoord is misschien ijdele hoop... Was haar veelzijdigheid zowel een vloek als een zegen?

Liselotte Vandenbussche

Interview

Interview met Els Witte
Voor duizenden oud-studenten van de Vrije Universiteit Brussel zal ze voorgoed vereenzelvigd worden met de cursus ‘Politieke Geschiedenis van België’. Maar ook buiten de universiteit is Els Witte een gekend gezicht. Als voorzitter van de raad van bestuur van openbare omroep en later als eerste vrouwelijke rector van België drukte ze haar stempel op de geschiedenis van de instellingen waar ze aan het roer stond. In het najaar van 2007 ging ze, na een rijk gevulde academische carrière, op emeritaat. Maar dat betekende geenszins dat Els Witte op haar lauweren ging rusten. Een interview met een academica die niet alleen historische werken heeft geschreven maar wellicht zelf ooit in de geschiedenisboeken zal komen te staan.

Sophie Bollen

Tweede Wereldoorlog

De Bijzondere Rechtspleging van het vrouwelijke burger- en bewakingspersoneel van Konzentrationslager Herzogenbusch
Direct na de oorlog werden tienduizenden mannen en vrouwen in Nederland opgepakt als ‘landverraders’ om door tribunalen en bijzondere gerechtshoven te worden berecht. Hieronder bevonden zich ook 27 vrouwen die als bewaakster of op de administratie hadden gewerkt in concentratiekamp Herzogenbusch, ook wel kamp Vught genoemd. De Politieke Opsporingsdiensten (POD) – later veranderd in Politieke Rechercheafdelingen (PRA) – deden onderzoek naar de vrouwen, die daarna volgens de wetsbesluiten en strafbepalingen van de Bijzondere Rechtspleging aangeklaagd en veroordeeld werden. Hoe verliepen deze onderzoeken? Wat werd deze vrouwen ten laste gelegd en hoe werd er over hen geoordeeld? En in hoeverre kwam dit overeen met de omgang met hun mannelijke collega’s?

Marieke Meeuwenoord

Onder de loep

De archivaris als oral historian

Grietje Keller

In memoriam

Jannie Poelstra (1952-2008)

Marjolein ’t Hart

VVG

Bedenkingen bij het artikel en de uiteenzetting
van Hilde Timmerman en Heidi Timmerman
In Historica, jg. 30, nr. 3 (oktober 2007), verscheen een artikel van de hand van twee Vlaamse geschiedenisleerkrachten die een analyse maakten van een veelgebruikte reeks handboeken voor geschiedenis in het Vlaams middelbaar onderwijs. Hun kritiek was dat deze Storia-reeks te weinig aandacht besteedt aan de rol en de betekenis van vrouwen in de geschiedenis. Op de studiedag van de Vereniging voor Vrouwengeschiedenis stelden zij de resultaten van hun analyse voor en gaven tips om als leerkracht om te gaan met de ondervertegenwoordiging van vrouwen in onze geschiedschrijving. Hieronder enkele bedenkingen bij dat artikel.

Kitty Roggeman

Recensie

Voor Volk en vaderland. Vrouwen in de NSB, 1931-1948

Machteld De Metsenaere

Boeken en service